Vrijstelling overdrachtsbelasting cultuurgrond en natuurgrond

De vrijstelling van overdrachtsbelasting voor verkrijging van landbouwgrond is op 1 januari 2007 verruimd. Artikel 15 lid 1 letter q van de Wet Belastingen van Rechtsverkeer is daarop aangepast.
Ook de verkrijging van natuurgronden is in beginsel vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 lid 1 letter s van voormelde wet. Deze vrijstelling geldt vanaf 1 januari 2008.

Om u een indicatie te geven wanneer een dergelijke vrijstelling van toepassing kan zijn, wordt hieronder aangegeven aan welke voorwaarden de verkrijging dient te voldoen.
Verkrijging landbouwgrond (art. 15 lid 1 letter q WBvR):
1. het moet gaan om ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond.
Onder cultuurgrond wordt tevens de ondergrond van glasopstanden begrepen.
Ook voor de verkrijging van een recht van erfpacht of beklemming is de vrijstelling van toepassing.
2. deze bedrijfsmatige exploitatie dient tenminste 10 jaar als zodanig te worden voortgezet.
De verkrijger hoeft de cultuurgrond niet zelf te exploiteren. Ook verkrijging van cultuurgrond die verpacht is of wordt, is vrijgesteld, mits de pachter de grond als zodanig bedrijfsmatig in zijn landbouwbedrijf exploiteert. Het is aan te raden daar een schriftelijk pachtcontract aan ten grondslag te leggen teneinde discussie met de belastingdienst te voorkomen.
Overdracht binnen de 10-jaarsperiode tast op zich de vrijstelling niet aan mits de bedrijfsmatige exploitatie blijft plaatsvinden. Het is derhalve aan te bevelen om daarvoor een kettingbeding op te nemen in de koop- en leveringsakte. Hierbij kan de agri-notaris u adviseren.
Op deze bedrijfsmatige exploitatie is een uitzondering. Indien de cultuurgrond op grond van overheidsbeleid wordt onttrokken aan de landbouw voor de ontwikkeling en instandhouding van natuur en landschap. In dat geval dient deze natuurgrond de resterende termijn van de 10-jaarsperiode als zodanig in stand te blijven.

Verkrijging natuurgrond (art. 15 lid 1 letter s WBvR)
1. het moet gaan om natuurgrond die al als zodanig bestaat op het moment van de akte van levering. Voor landbouwgrond die al aan de landbouw onttrokken is en bestemd wordt als natuurterrein geldt de vrijstelling niet. Om deze lacune op te vangen is het Rangschikkingsbesluit NSW 1928 verruimd, zodat mogelijk toch geen overdrachtsbelasting verschuldigd is voor dergelijke verkrijging van grond.
2. de inrichting en het beheer dient (nagenoeg) geheel duurzaam afgestemd te zijn op het behoud en de ontwikkeling van natuur en landschap.
Dit laatste hoeft echter niet gebaseerd te zijn op overheidsbeleid.
3. het dient gedurende een periode van tenminste 10 jaar als natuurgrond gebruikt te worden.
Hierop bestaat een uitzondering, te weten als de natuurgrond wordt omgezet in cultuurgrond en het voor de resterende termijn van de 10-jaarsperiode bedrijfsmatig voor landbouwkundige doeleinden wordt geëxploiteerd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een bij de VASN aangesloten agri-notaris bij u in de buurt. Hij of zij kan uw vragen zeker beantwoorden.

Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van dit bericht, aanvaardt de VASN geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid, noch voor de gevolgen daarvan.

Tekst voor het laatst bijgewerkt: voorjaar 2012
     

Share